Mick de Graauw

U dient ingelogd te zijn om deze informatie te mogen inzien. Gebruik hiervoor het inlogmenu links bovenin!

Bettie Cantineau

Beste allemaal,

 

Mijn naam is Bettie Cantineau en ik ben 75 jaar.

Helaas is mijn man anderhalf jaar geleden plotseling gestorven, een hele slag. We waren ruim 55 jaar getrouwd en hadden het heel fijn samen.

Twee zoons hebben we en zes kleinkinderen. De oudste vier (tussen de 23 en 27 jaar) wonen al samen, de kleintjes (die eeuwig zo zullen blijven heten) zijn 12, resp. 13 jaar.

In mijn werkzame leven was ik fotograaf in Bergen op Zoom, bij foto Serré. Een vak waar ik veel plezier in had. Helaas moest ik daar in ’92 mee stoppen daar ik steeds moeilijker ging lopen, het gevolg van een ongeluk in 1980. Toen ben ik nog meer vrijwilligerswerk gaan doen op verschillende terreinen.

Was er blij mee dat de VPTZ op mijn pad kwam afgelopen winter. Sinds maart ben ik dus nog maar actief hier en heb al verschillende malen ingezet kunnen worden. Ik vind het mooi en troostrijk dat ik dit mag doen.

Mijn tijd vul ik verder met lezen en naaien voor anderen, waarvan de opbrengst gaat naar een weeshuis op Bali, dat wij al 15 jaar steunen. Verder geef ik les in poëzie en prozaschrijven en vind ik stenen beelden maken leuk, erg tijd vullend maar het geeft mij ook veel voldoening.

Gelukkig heb ik ook verschillende vriendinnen waar ik met ieder weer andere dingen doe.

Ik geef de pen door aan Mick de Graauw.

Vriendelijke groet,

Bettie Cantineau

Frank van den Broek

Beste medevrijwilligers,

Aan mij de eer en het genoegen om een stukje te schrijven voor deze leuke rubriek. In dit contactloze tijdperk is het een goede manier om wat van elkaar te kunnen lezen. Het was zeer de moeite waard om kennis te nemen van de vele verschillende verhalen die inmiddels zijn verschenen.

Mijn naam is Frank van den Broek, ik ben 60 jaar en samen met Jolanda hebben we drie kinderen. De jongste is sinds augustus vorig jaar uitgevlogen, zodat we sindsdien weer met z’n tweeën zijn. Overigens valt het “empty nest syndroom” ontzettend mee omdat alle kinderen relatief dichtbij wonen en er regelmatig met elkaar contact is.

Vanaf 2016 heb ik in mijn werkzame leven als belastingadviseur een stapje terug gedaan en dat was het moment dat het mede bestuurslid Haje Snijder mij benaderde om de vacante positie in het bestuur in te vullen. Omdat ik dacht meer tijd te zullen krijgen en het goed vond om maatschappelijk iets geheel anders te doen dan ik gewend was, ben ik op dat verzoek ingegaan.

Vanaf medio 2016 ben ik dus penningmeester van VPTZ West-Brabant & Tholen en ben ik verantwoordelijk voor de financiële zaken van de stichting. Concreet betekent dat dat ik de betalingen voor de stichting verricht en dat ik er voor zorg dat periodiek de administratie wordt bijgewerkt. Daarnaast stel ik rapportages op ten behoeve van het bestuur om de ontwikkeling van de financiën te bewaken.

Jaarlijks stel ik een jaarrapport op en onderhoud ik de contacten met de accountant over de accountantsverklaring die elk jaar wordt afgegeven.

Daarnaast ben ik betrokken bij de jaarlijkse subsidieaanvraag bij het ministerie van WVS en ben ik contactpersoon voor de verzekeringen en de loonadministratie van de stichting.

Zoals jullie hebben kunnen lezen in het jaarverslag staat de stichting VPTZ West-Brabant & Tholen er financieel gezond voor. De reden daarvan is dat mijn voorgangers een verantwoordelijk beleid hebben gevoerd waardoor er mooie reserves zijn opgebouwd.

Voor de toekomst zijn er wel wat zorgen, doordat we al enkele jaren te maken hebben met een afname van de subsidie die we van het ministerie van WVS ontvangen.

Daarnaast stellen we vast dat er minder giften/bijdragen worden ontvangen van particulieren en instellingen.

Dit betekent dat er binnen het bestuur initiatieven worden opgepakt en inspanningen worden gedaan om nieuwe fondsen te werven om ook in de toekomst een gezonde exploitatie van onze stichting te waarborgen.

Tot zover mijn bijdrage aan deze rubriek, waarvan ik me besef dat deze in het licht van de vorige bijdragen erg zakelijk is. Desondanks hebben we allemaal eenzelfde gemene deler en dat is de maatschappelijke betrokkenheid die we allen voelen en de wens om iets goed te doen voor de medemens.

Ik geef de pen graag door aan Bettie Cantineau

Hartelijke groet,

Frank van den Broek

Yvonne Krijbolder

Hallo allemaal,

 

Toen mij gevraagd werd of ik iets wilde schrijven voor deze rubriek hoefde ik er niet lang over na te denken. Ik wil vertellen hoe het komt dat ik in dit vrijwilligerswerk terecht gekomen ben.

Het ontstond eigenlijk al in mijn vroege jeugd, triest genoeg overleed mijn moeder toen ik 4 jaar was. Ik ben de oudste uit ons gezin, maar zoals in die tijd gebruikelijk was, werd kinderen niet verteld waar hun moeder gebleven was.

Later leer je door ondervinding dat ze dood was en dat ze nooit meer terug zou komen. Daardoor had ik een enorme angst voor de dood ontwikkeld. De dood was voor mij iets wat me benauwende, ik voelde mij verlaten en als ik kon liep ik hard weg voor alles wat hiermee te maken had.

Uiteindelijk werd ik er weer mee geconfronteerd toen ik net 16 was, toen overleed mijn geliefde opa (van moeders kant) en hoewel ik nu beter begreep wat dood was, wilde ik van mijn opa geen afscheid nemen. Ook in zijn laatste fase heb ik hem niet meer gezien of gesproken.

Mijn opa begreep mijn angst heel goed en ik weet dat hij me dit niet kwalijk nam. Toch besefte ik dat ik niet in deze angst moest blijven hangen en heb op 21-jarige leeftijd mijn eerste dode familielid gezien en afscheid genomen.

Maar ik vond het heel erg dat ik mijn opa tekort gedaan had. Jaren daarna hoorde ik van hospices en dat ze vrijwilligers zochten. Zo ben ik in Den Haag, waar ik toen woonde, begonnen als vrijwilliger in het hospice aldaar.

In feite kon ik nu iets betekenen voor mensen in hun laatste fase, iets goedmaken naar andere mensen waar ik mijn opa tekort had gedaan.

Ik kon destijds niet anders, maar door innerlijke groei kan ik wel iets betekenen voor de ander. Als mijn opa vanuit het hiernamaals naar mij zou kunnen kijken zou hij trots op mij zijn. En zo ben ik, toen ik verhuisde naar Tholen, bij de VPTZ terechtgekomen en heb vrede met het leven; en de dood maakt daar voor mij een onderdeel van uit.

Ik geef de pen graag door aan Frank van den Broek.

Hartelijke groet,

Yvonne Krijbolder

Ria Goud

Lieve allemaal,

Ik vond het een hele eer toen mij gevraagd werd om deze week ‘de pen door te geven’. Maar eerlijk gezegd rees tegelijkertijd wel de vraag bij me op: waar moet ik in hemelsnaam nog over schrijven? Er zijn de afgelopen tijd immers al zoveel mooie, ontroerende en indrukwekkende verhalen voorbij gekomen! Wat heb ik daar nou nog aan toe te voegen?

Omdat een aantal van jullie mij nog niet of nog niet zo goed kennen, besloot ik gewoon maar wat over mezelf en mijn levensgeschiedenis te vertellen.

Ik ben Ria Goud-Maasdam, 62 jaar en al 41 jaar getrouwd met Leo. We hebben 2 zoons, 2 schoondochters en we zijn de trotse grootouders van 6 kleinkinderen in de leeftijd van 7-13 jaar.

M’n jeugd (waar ik met een fijn gevoel op terugkijk) heb ik doorgebracht in een klein dorpje in de Hoekse Waard. Na de HAVO besloot ik echter ‘m’n vleugels uit te slaan’, ben ik in Sliedrecht de opleiding tot Z-verpleegkundige gaan volgen en zelfstandig gaan wonen (ik deelde met nog 2 andere meiden een flat).

Nadat ik de opleiding had afgerond ben ik, samen met Leo, in Eindhoven neergestreken en heb ik tot de geboorte van onze oudste nog een paar jaar met veel plezier gewerkt bij mensen met een verstandelijke beperking. Omdat onze familie ver weg woonde en er in die tijd nog geen kinderdag-verblijven waren, besloot ik toen om me voorlopig helemaal op het moederschap te richten.

Toen onze jongste 4 jaar was en we inmiddels in Roosendaal woonden, besloot ik om weer aan het werk te gaan, want oh wat had ik dat toch gemist in de 6 jaar dat ik thuis geweest was! Ik vond een baan bij de Stichting Aanvullende Thuiszorg (STAT), waarbij ik voornamelijk waakte bij mensen die terminaal waren en soms ook bij mensen die dementerend waren en van de nacht een dag maakten.

In deze tijd ontstond mijn affiniteit met mensen in hun laatste levensfase en hun naasten. Ik vond het elke keer weer heel bijzonder om deelgenoot te mogen zijn van hun verdriet, angst, pijn, moeite om los te laten, maar soms ook hun overgave of verlangen naar het einde! Dit werk gaf me enorm veel voldoening, want de dankbaarheid die ik ervoer was groot! Ik heb dit mooie werk diverse jaren gedaan, maar toen er korte tijd na elkaar drie cliënten overleden, onder wie een jonge vrouw van 32 jaar met 2 kleine kinderen, toen voelde het voor mij zo zwaar dat ik besloot iets anders te gaan doen.

Zo kwam ik in de wijkverpleging terecht. Ook dit vond ik geweldig werk, want inhoudelijk was het heel afwisselend en ik kwam bij mensen van allerlei pluimage over de vloer. Dat was soms wel flink schakelen kan ik je zeggen! Ook bij dit werk ging m’n hart uit naar mensen in de terminale fase.

Ze keken altijd uit naar m’n komst en waren erg dankbaar voor de dingen die ik deed, al was dat in mijn beleving soms maar heel weinig, zoals het opfrissen van de mond, het kammen van de haren, het verschonen van het bed of gewoon het luisteren of vasthouden van hun hand!

Een aantal jaar later werd me gevraagd om bij dezelfde werkgever (Thuiszorg West-Brabant) opleidingsfunctionaris te worden. Het leek me erg leuk om m’n inmiddels opgedane kennis via scholing en training aan anderen door te geven, dus ik besloot de uitdaging aan te gaan. Hiervoor moest ik echter wel de lerarenopleiding verpleegkunde gaan volgen.

Zodoende reisde ik een paar jaar lang elke vrijdag met de trein naar Nijmegen en ging ik weer terug in de schoolbanken. Alhoewel de manier van leren in het begin wel wennen was, vond ik het erg leuk om weer te studeren en om met klasgenoten samen te werken aan opdrachten. Ik kreeg zo de smaak te pakken dat ik daarna nog diverse opleidingen gevolgd heb.

Inmiddels verstreken de jaren en op enig moment kreeg ik de kans om als coördinator praktijkbegeleiding in het Franciscus ziekenhuis Roosendaal aan de slag te gaan. Omdat ik de ziekenhuiswereld altijd al heel intrigerend had gevonden en ik inmiddels tegen de 50 was, dacht ik: het is nu of nooit!

En zo stapte ik de wereld van het ziekenhuis binnen. Maar wat heb ik daar moeten wennen! Het was zo’n andere cultuur dan waar ik vandaan kwam en ik had heel veel moeite met de in het ziekenhuis heersende hiërarchie! Het eerste half jaar heb ik als enorm zwaar ervaren, maar toen had ik daar m’n draai ook wel weer gevonden. Een paar jaar later maakte ik intern nog een switch naar de functie van opleidingsadviseur. Een leuke en afwisselende baan met heel veel in- en externe contacten.

Ruim 5 jaar geleden besloten Leo en ik om allebei met vervroegd pensioen te gaan, zodat we meer tijd kregen om nog vaker met de kleinkinderen op te trekken (lees: oppassen) en om meer tijd te hebben om ongepland met onze camper op stap te gaan. Alhoewel ik het sociale aspect van het werk wel enorm miste, genoten we enorm van onze verworven vrijheid en maakten we prachtige tochten door de schitterende natuur in Frankrijk, Spanje en Italië (we zoeken wel altijd de zon op)!

Echter na een paar jaar begon het te kriebelen en voelde ik sterk de behoefte om ook weer iets zinvols te gaan doen. Eind 2019 zag ik in De Bode (plaatselijke krantje) een artikel van de VPTZ waarin o.a. stond dat ze nog op zoek waren naar een vrijwillige coördinator. Het liet me niet meer los dus korte tijd later heb ik Ellen gebeld en na een gesprek met Ellen en Gemma werd ik tot m’n grote vreugde ‘aangenomen’!

Begin vorig jaar ben ik gestart en net voordat Corona uitbrak heb ik gelukkig nog persoonlijk kennis kunnen maken met een aantal van jullie! Inmiddels zijn we ruim een jaar verder, ben ik vrijwillige coördinator van de regio Tholen, en heb ik velen van jullie al meerdere keren aan de telefoon gehad vanwege een inzet. Ik vind het een voorrecht om dit ‘werk’ te mogen doen en indirect iets te kunnen betekenen voor mensen in hun laatste levensfase!

En dan alle VPTZ-ers: wat een fijne groep mensen, stuk voor stuk mensen die zich bij nacht en ontij willen inzetten voor hun medemens! Wat een bijzondere club en wat een feest om daar bij te mogen horen!

Blijf gezond en ik kan niet wachten tot we elkaar weer gewoon in levende lijve kunnen ontmoeten!

Lieve groet, Ria

PS: ik geef de pen door aan Yvonne Krijbolder!